Back to index
Back to gyroscopic propulsion

Ingevoerd op 9 November 2006

Astrofysica: (astrophysics, precession)
De invloed van precessie bij de vorming van sterren- en/of planetenstelsels.

over:
De vorming van sterren en/of planetenstelsels,
"zwarte gaten" of "black holes"en
de uitdijing van het heelal.

Inleiding:

Mede vanuit de schijfvormige opbouw van ons planeten- en sterrenstelsel werd een zogenoemde 'getijden theorie' -bijvoorbeeld die van de Engelse astronoom Jeans- ontwikkeld; het ontstaan van zo'n stelsel wordt hierbij toegeschreven aan de kortstondige nabije passage van bijvoorbeeld een andere ster.
Deze had twee zwakke punten;
1/ de kans op nabije passages werd echter hoogst onwaarschijnlijk geacht en
2/ het was hierbij eveneens onverklaarbaar, waarom de planeten -en gelijkvormige sterrenstelsels- zo'n grote afstand van een 'moederster' aannamen (de uitdijing).
De kans op nabije passages werd door anderen echter wčl aannemelijk geacht, omdat het heelal in zijn prille ontstaansgeschiedenis veel compacter was.
Omtrent het tweede punt meen ik (bij deze 'verhandeling') met een aangepaste versie het uitdijen wčl te kunnen verklaren.

-Een citaat uit het boek 'Aarde en wereld in ruimte en tijd' uit 1951 door Prof.Mr.Dr. G. van den Bergh over deze getijden theorie:"Ze komt mij nog steeds voor in menig opzicht zeer geslaagd te zijn; het zou mij dan ook allerminst verwonderen, indien zij, wellicht in iewat gewijzigde vorm, weer aan aanhang zou gaan winnen" (blz.283).

-Tijdens een lezing in het Artis planetarium op 7 November 2006 door Prof. dr. Kaper van de UvA, liet hij echter toen aktuële Hubble- opnames zien, welke duidelijk getijden- verschijnselen toonden bij zeer verre en dus zeer vroege, elkaar passerende sterrenstelsels.

De aanname van zogenoemde "zwarte gaten" (onzichtbare sterke zwaartekrachtsbronnen), vond zijn oorprong bij de observatie van de omloopbanen van (verre) hemellichamen (stelsels) of dubbelsterren; er worden hierbij sterke afwijkingen geconstateerd van de Newton'se wetgevingen, waaraan nabije banen in ons planetenstelsel wčl voldoen.
Bij mijn zienswijze zal ik geenszins de mogelijkheid van onzichtbare en/of afwijkend hoog geconcentreerde materie ontkennen, maar dat sommige van de van Newton afwijkende banen ook op andere wijze te verklaren zijn met hieraan gekoppeld: het uitdijend heelal.

Bij de spectraal- analyses van verre sterren werden namelijk (verschoven) Fraunhofer absorptielijnen ontdekt waarbij algemeen erkend, de conclusie getrokken wordt dat het heelal expandeert,of vanuit mijn zienswijze ěs geëxpandeerd; de mogelijke oorzaak wordt hier eveneens gekoppeld aan zwarte gaten, waarbij deze 'op zouden kunnen lossen' of exploderen en daarbij verantwoordelijk gesteld moeten worden voor het uitdijen.
"Het ene gat wordt hierbij dus met het andere gevuld"

De aanleiding tot deze aktueel hčrbevestigde 'klasssieke', met door mij hierbij aangepaste zienswijze is mijn gyroscopic propulsion- vinding, zie ook: gyroscopic propulsion, waarbij een frame een netto kosmische voortstuwingsreactie ondergaat ten gevolge van interne cycli van periodiek precesserende gyroscopen.
Ook deze vinding lijkt in tegenspraak met de 3-de bewegingswet van Newton met zijn traditionele ruimtevaarttechnische rakettoepassing als voortstuwings-aktie ten gevolge van de reactie van de uitstoot van raketbrandstof.
Wellicht dat men Newton ten alle tijde kan blijven respecteren, als men de betrokken massa's als puntmassa's of als samenstel van puntmassa's met gelijke deelname aan de bewegingen kan blijven beschouwen.

Bij mijn zienswijze en het ontwerp van de hierna volgende animatie, heb ik de voornoemde 'getijden theorie' met precessie aangevuld omdat m.i. hierbij eveneens een 'logischere' verklaring van een uitdijend heelal voorhanden is.
Hierbij zal ik het aannemelijk trachten te maken dat de ontstane getijdewolk 'kortstondig' een tegengestelde rotatierichting had.
Bij ons huidige (verre sterren zie je in het verleden) zonnestelsel blijkt namelijk een min of meer stabiele situatie te zijn ontstaan, waabij de rotaties van planeten op enkele uitzonderingen na gelijkgericht zijn aan hun boogbaanrichting en hun boogbaanvlakken zich (praktisch) in het zelfde vlak bevinden als de -eveneens gelijkgerichte- boogbaan van de zon binnen ons schijfvormige melkwegstelsel.

Tussentijds zal de satellietwolk dan geprecesseerd zijn (waarschijnlijk gelijktijdig of voorafgaand aan het condensatie proces), zoals hierna getoond tijdens de eerste omloop van de animatie.
Het hierbij -door mij experimenteel aangetoonde- benodigde extra koppel zal -met respect voor Newton- daarom tussen hen in een z.g. 'zwart gat' doen verschijnen.
Dit vermeende zwarte gat zou daarbij echter een (Newton'se) aantrekkende component moeten bezitten, welke -zoals hiervoor eerder beschreven- moeilijk inpasbaar is bij een uitdijend heelal.

Bij de eerste omloop van de animatie heb ik de rotatieas van de gaswolk 'horizontaal' in zijn omloopbaan laten precesseren, zoals de oorspronkelijke zeer zwakke (hoeksnelheid op de Aarde 15 graden/ uur) zčlf N-pool (geografisch) zoekende precessie van een gyrokompas. -zie ook: gyroscopic propulsion-
Het zwaartepunt van het satellietstelsel -in wording- ligt namelijk i.v.m. de zeer excentrische banen sterk 'moederstergericht' t.o.v. de baan van de toekomstige satellietkern of -zon en vermoedelijk gerelateerd -of ten grondslag liggend- aan de eerste wet van Kepler.
De spiraalvormige uitloop (het uitdijend heelal) bij deze eerste omloop wordt hierbij dus veroorzaakt door het voornoemde ontbreken van de aantrekkende Newton'se component.(dus niet t.g.v. het 'oplossen' of exploderen van een zwart gat)

Tot slot van deze uitleg welke hopelijk voldoende inzicht geeft bij de animatie, heb ik de 'gast-ster' -relatief tégen de roterende getijden'wolk' in- het geheel laten benaderen omdat de 'eigen' baansnelheid van de roterende getijden -wolk veelal groter is dan de snelheid van de passerende gast-massa.

-Ter verduidelijking heb ik bij de laatste (Newton'se) omloopbaan v.d. animatie, de massa van het satellietstelsel verwaarloosbaar beschouwd t.o.v. de massa van de moederster-

sterA1.gif
tidal-theory.gif

nawoord:
Vervolgexperimenten bij mijn vinding zullen vermoedelijk aantonen, dat er een deel van de rotatieënergie (impulsmoment) aangewend moet zijn bij de arbeidsverrichting; tijdens het verloop in de animatie zal het totaal of de som van alle impulsmomenten gelijk gebleven zijn.
Röntgen- stralingsbronnen: (X-ray source)
Hoewel deze bronnen in het bijzonder toegeschreven worden aan specifieke omstandigheden waarbij zwarte gaten e.d. worden verondersteld, wil ik ook hierbij een aangepaste verklaring inbrengen.

Zoals bekend tonen Fraunhofer absorptielijnen een zg. roodverschuiving in het uitgezonden lichtspectrum van een zich verwijderende ster.
Het gehele spectrum verschuift hierbij óók mee; dat betekent dat de golflengte van al het uitgezonden licht langer wordt.
Andersom, als de lichtbron zich naar de observator toebeweegt, ontstaat een 'blauw'verschuiving met kortere golflengte.
In het blauwverschuivend spectrum:"...geel, groen, blauw, violet, ultraviolet", grenst direct het gebied van de Röntgenstralen.(X-ray)
Dit betekent dat een zich sterk of periodiek naar ons toe bewegende zichtbare lichtbron (één van de dubbelsterren of een sterk precesserend satellietstelsel in wording) alleen dáárom bij ons Röntgenstralen kan laten ontvangen.

Back to gyroscopic propulsion
Back to index