Back to Thermosynchronic views on :

Brown's movements.

De zo genoemde bewegingen van zeer kleine deeltjes in vloeistof en later eveneens geconstateerd in lucht, werden door de botanicus *Robert Brown (1773-1858) zèlf toegeschreven aan levende organismen.
Pas later bij de ontwikkeling van de kinetische warmtetheorie, werd de vermoedelijke oorzaak hiervan gezocht t.g.v. de bewegingen van de vloeistof- of gasmoleculen zlf.
Bij diverse beschrijvingen van de kinetische theorie wordt de Brownse beweging overigens als één van de belangrijkste 'bewijzen' beschouwd.

Ik zal hierbij een derde mogelijke oorzaak van deze bewegingen beschrijven, waarbij ik het transparante vloeistof- of gasmedium zèlf oorspronkelijk als min of meer stabiel beschouw, maar dat de colloidale deeltjes de bewegings- veroorzakers zijn.

Om de zeer kleine deeltjes te kunnen bezien of te detecteren, dienen zij zich te onderscheiden van het omringende medium; de uitstraling of absorptie van licht- of andere E.M. straling lijkt me in alle gevallen 'voor de hand liggend', zoniet een absolute vereiste.
Het is hierbij zeer aannemelijk dat de kleine 'gekleurde' deeltjes zèlf (+ de eventueel direct aangrenzende moleculen) een afwijkende temperatuur aannemen.
Er zal dan een dynamisch temperatuurs evenwicht ontstaan, waarbij het warmteënergie- verschil, eventueel tijdelijk, in kinetische energie worden omgezet.

Een observatie en rapportage van eveneens zeer kleine bewegende deeltjes ben ik tegengekomen in de Collected works of *Count Rumford ( 1786), waarbij uitdrukkelijk temperatuurs verschillen aan de orde waren.

Bij experimenten met warmtegeleiding, beschreef hij zeer opvallende snelle op- en neerwaarts bewegende deeltjes in warme vloeistoffen welke hij ter afkoeling in een glas bij het raam had gezet; de duidelijke zichtbaarheid werd veroorzaakt door invallend zonlicht.
De opstijgende stroom deeltjes in het midden- en de neerwaartse in de nabijheid van de wanden van het glas.
De zichtbare deeltjes beschreef hij als (vermoedelijk) stofdeeltjes.
Bij het 'natuurlijk' afkoelen van de vloeistof tot kamertemperatuur werden de bewegingen minder en stopten uiteindelijk; indien het glas aan de buitenkant met ijskoud water gekoeld werd nam de beweging echter weer toe.
Deze bewegingen zouden hier gekoppeld kunnen zijn aan verticale vloeistofstromingen t.g.v. warmte toe- of afvoer van buitenaf, echter...

Een mijn's insziens gelijksoortig verschijnsel deed zich voor in mijn min of meer afgesloten en slecht geïsoleerde verwarmde ruimte waar, zoals bij mij tijdens de observatie, gerookt werd en de temperatuur bij de vloer ca. 6 oC lager was dan bij het plafond.
Vèr van de kachel af, waar ik veronderstel dat alléén neerwaartse luchtbeweging plaatsvindt, observeerde ik een brandende sigaret in alle rust; de rook steeg hier in een smalle kolom vertikaal omhoog tot ca. 60 cm boven de tafel, waarna deze zich in een vrij dun horizontaal vlak in de kamer verspreidde.

Direct boven de sigaret is het nog mogelijk, dat de rookdeeltjes meegesleept worden door de warme luchtkolom t.g.v. het vuur van de brandende sigaret.

De vrij plotselinge overgang naar de ruimtelijke verspreiding binnen het zeer goed zichtbare horizontale vlak biedt hier echter ook de mogelijkheid dat daar bij afkoeling tot een zekere restwarmte, alléén nog de direkt aan de rookdeeltjes grenzende luchtmoleculen een iets hogere temperatuur hebben; immers, lucht is een zeer goede warmteïsolator.
Hier nu zou de koppeling gelegd kunnen worden met de Browns'e beweging als het T.S.- gevolg van temperatuursverschil en a- synchroniteit.
De rookdeeltjes zelf zullen na verloop van tijd na voldoende afgekoeld te zijn uiteindelijk neerslaan of ergens aan vast plakken.

Met sigaretten rook in een afgesloten glas en een hol dekseltje waarin als experiment óók een ijsblokje kan worden geplaatst, kan men ook weer bij laagstaande zon, eveneens bijzondere rookdeeltjes bewegingen waarnemen waarbij men met een vergrootglas het invallende zonlicht focust met het brandpunt binnen het glas; aannemelijk hierbij is dat de transparante lucht zèlf hierbij niet of nauwelijks verwarmd wordt, althans veel minder dat de donker gekleurde roet- of teerdeeltjes.

Een ander, magnifiek verschijnsel doet zich voor in een glas warm water, waain een 'mespuntje' niet te groffe oploskoffie gestrooid wordt.
De kleine, zich oplossende deeltjes schieten ('met recht') alle richtingen op, dus niet alleen vertikaal.
Ook dit laatste laat zich volgens de T.S. verklaren door zeer plaatselijke en sterke temperatuursstijgingen, a- synchroniteit en met een tijdelijke warmteomzetting in kinetische energie totdat deze als oplossingswarmte bemeten kan worden.
Ik heb dit effect ook onder een microscoop proberen te observeren, maar dit werd een grote teleurstelling; de waterdruppel op het glasplaatje bleek zelfs met een naaldpuntje zeepsop als 'ontharder' zoveel oppervlakte spanning te hebben, dat het oplossen en de beweging veel trager verliep.
Wellicht dat het water hierbij (eventuëel t.g.v. verdamping) te sterk was afgekoeld.

Gesimplificeerd zou het 'mechaniek' van warmte overdracht vergeleken kunnen worden met tandwieloverbrengingen, waarbij de 'tanden' van de moleculen de betrokken buitenbaans- electronen zijn; warmte toe- of afvoer beïnvloedt hierbij de electronen passages per tijdseenheid ter plekke van het 'contact' met aangrenzende buitenbaanselectronen.
Als er bij temperatuursverschil eveneens een zekere bewegingsvrijheid aanwezig is kan er -eventuëel tijdelijk- een dynamisch temperatuurs- evenwicht ontstaan, wat vergeleken zou kunnen worden met een planetoïde tandwielstelsel als het differentiëel bij de automobiel- aandrijftechniek.

Eerlijkheidshalve kom ik hierbij echter wél in conflict met mijn schets van een mogelijke thermosferische gasmoleculaire structuur; hierbij hebben nl. 4 bierfiltjes model gestaan waarbij de electronenbewegingen zelf niet gelijkgericht kunnen zijn zoals bij de tanden van tandwielen.

Hoewel de T.S.- warmteoverdracht dus enigszins vergelijkbaar is met tandwieloverbrengingen, blijft er ook bij temperatuursgelijkheid een afstotend krachtenveld bestaan; hierbij voldoet het traditionele inzicht dat -negatief geladen- electronenen elkaar afstoten.

Omdat de T.S. ook een directe relatie legt tussen warmte, elektriciteit en ingevangen E.M. staling, hoeft de afstotende en thermosynchroniserende kracht hier niet persé op te treden tussen twee gelijkgerichte electronen stromen.
Ik bedoel hiermee, dat de negatieve lading van electronen hier veroorzaakt wordt door tegengesteld gerichte interfererende E.M. verweving, dat een vrij electron neutraal is en er hierbij zelfs (Newton'se) massa- verlies optreedt: een zogenoemd Electronneutrino.

Deze voorgaande zijsprong vanuit de Brown'se beweging komt voort uit de complexiteit welke het gevolg is van de beschouwing van warmte als ingevangen E.M. straling.
Ik kom in : ... views on electricity heat hier eveneens op terug i.v.m. een 'aanpassing' van de traditionele opvattingen van elektrische stroom als electronen verplaatsing; hierbij kan eveneens geconcludeerd worden dat er bij een stroomvoerende elektrische geleider geen sprake is van electronen uitwisseling, maar van doorgifte van ingevangen E.M. straling tussen een samenstel van kristallijne 'Thermosferen'.

Tot slot van deze beschouwing dat de Brown'se bewegingsoorzaak eveneens temperatuurs verschil kan zijn deze samenvatting:
Het is bekend, dat vloeistof- en gasmoleculen onderling slechte warmtegeleiders zijn; warmteverspreiding kan men daarom bespoedigen door het medium vertikale bewegingsvrijheid te bieden of geforceerd te vermengen.
Het is aannemelijk en erkend, dat de warmte hier hoofdzakelijk als stralingswarmte wordt overgebracht; temperatuursstraling is evenwel sterk afhankelijk van de 'kleur'. (zie ook: ..views on radiation heat)
Zelfs zonder directe bestraling zal er hier (in mindere mate) tussen colloidale Brown'se deeltjes en het medium - afhankelijk van hun 'kleur' verschillen-, een statisch temperatuursverschil ontstaan ten gevolge van de verschillen in temperatuursstraling.
Afhankelijk van de bewegelijkheid van het medium zal er ook hier een vermengend dynamisch temperatuursevenwicht ontstaan wat niet zozeer veroorzaakt wordt door de 'traditionele' warmte- beweging zelf, maar door de kinetische omzetting van het warmte- surplus vanuit een statisch temperatuurs- verschil.

Back to Thermosynchronic views on :