Back to index
Back to vieuws on Electricity heat and...

Evaporation and the possibility of a gas molecular structure

Korte inleiding tot de verdamping:

Voorafgaand aan mijn voorgaande mogelijke 'verklaring' voor de paradoxale universele lichtsnelheid, heb ik me proberen voor te stellen hoe E.M. straling geabsorbeerd kan worden en gelijktijdig de temperatuur kan laten stijgen.
Ik heb me hierbij o.a. laten inspireren door *Bohr's atoommodel met zijn rondcircelende electronen en E.M. straling als een fotonen- deeltjes stroom, waarbij E.M. straling zich eveneens als golfverschijnsel kan manifesteren.
Eveneens heb ik gebruikt gemaakt van de eigenschap, dat licht zich laat afbuigen in de nabijheid van een zwaartekrachts veld en dus ook bij (massa- bezittende) electronen.

Hierbij een zeer eenvoudige 2- dimensionele voorstelling van 2 moleculen met een verschillend aantal electronen in de buitenbaan, die bij gelijke temperatuur toch hun individuele energie- of fasestadium tonen.

Volgens mijn zienswijze zal bij warmtetoevoer, E.M. straling van een zeer selectieve frequentie ingevangen of verweefd worden met de buitenschil electronen in de moleculaire 'thermosfeer'.
Uit breed spectraal 'licht' zullen nl. alléén die fotonen ingevangen worden welke op het juiste moment binnen de gravitatie invloed van een opvolgend electron geraken.
Deze deelnemende fotonen zullen t.g.v. hun circelbaan om de kern een centrifugale kracht op de betreffende electronen uitoefenen waarbij deze geleidelijk in een ruimere baan geraken en het molecuul aldus meer ruimte in gaat nemen.
In tegenstelling tot de algemene opvatting dat alle electronen een strikt gelimiteerd energieniveau bezitten, biedt de T.S. aan de thermosferische buitenschil electronen wèl de mogelijkheid om hun energie niveau middels 'warmte' te verhogen.
Zie hiertoe ook: views on Friction heat.

Uit voorgaande schets en volgens de T.S. moeten aldus bij gelijke temperatuur de moleculen met een vollere electronenbezetting in de buitenschil een hoger energieniveaux bezitten.
Duidelijke voorbeelden hiervan zijn -zoals voornoemd in my state of grounds.....-, de zeer lage kooktemperaturen van de edelgassen (en overige elementen welke zich één atoomnummer lager bevinden) waarbij deze ondanks hun ook hoge molecuulmassa's, maar juist vanwege de volbezette (of min één-) buitenbaans- electronenenschillen reeds bij lage temperaturen in hun energierijke gasvorm overgaan.

Zie : Kooktemperaturen- grafiek

Ik zal in vieuws on... dieper in gaan op (stralings-)warmte overdracht, warmtestraling en o.a. magnetron warmte, maar zal me nu beperken tot de warmte effecten bij verdamping.

Het moment van verdamping,
de grote hoeveelheid benodigde warmte en
de sterke afname van massadichtheid hierbij:

Volgens de T.S. vormen de buitenbaanselectronen bij vloeistoffen en vaste stoffen 3- dimensionele banen, welke (thermo-)synchronisch 'contact' maken met aangrenzende moleculen; bij verdamping zullen, hetzij bij warmtetoevoer, hetzij bij (gas)druk verlaging, de 3- dimensionele buitenbaanselectronen zich gezamenlijk in één vlak en derhalve tevens in één baan begeven.
Een vergelijkbaar verschijnsel doet zich voor bij min of meer solitaire zonnen- of sterrenstelsels, waarbij de planeten of sterren zich welliswaar niet in één baan, maar zich ongeveer wèl in eenzelfde vlak bevinden (afwijkingen worden hier inclinatie genoemd).

Omdat de oorspronkelijke 3- dimensionele thermosfeer electronen zich bij verdamping dus in één baan gaan begeven, neemt de vibratiefrequentie sterk toe, 'toont' aldus een lagere temperatuur en kan alléén thermisch evenwicht (gelijke temperatuur) ontstaan, als warmte toegevoegd wordt of, zoals bij adiabatische verdamping, warmte aan zijn omgeving wordt onttrokken; de T.S. past namelijk een belangrijke warmtewet : "warmte stroomt alléén van hoge- naar lage temperatuur" -hier eveneens- letterlijk toe.
Bij gelijkblijvende druk en temperatuur zullen bij warmtetoevoer (koken)de verdampende moleculen sprongsgewijs een beduidend hoger energieniveau bezitten, wat zich openbaart als de karakteristieke sterke volume toename bij de overgang naar de gasvomige fase.
Gelijktijdig behoeven de gasmoleculen geen 12- (bij een moleculair 'bolletjes' model), doch slechts 6 moleculen 'op afstand te houden'. -zie verder-

In de hiervolgende schets heb ik vereenvoudigd, 4 éénatomig 'ideale' gasmoleculen afgebeeld, welke geen chemische of natuurkundige binding meer met elkaar hebben maar wèl een duidelijk thermisch 'kristal' rooster blijven behouden.
Schets : gasmoleculen.

Bij adiabatische compressie zullen de hier cirkel- vormig geschetste thermosferische krachtenvelden 'ingedeukt' worden, waarbij t.g.v. de langere krachtenpuls- weg de thermovibraties zullen afnemen en dus een hogere temperatuur tonen.
Zie hiertoe meer in : views on Compression heat.
Hoewel ik niet geheel uitsluit dat ook onderliggende electronenbanen -bij vaste en vloeibare stoffen- invloed hebben op synchronisatie- vibraties, heb ik deze bij alle betrokken schetsen buiten beschouwing gelaten.

Zoals ik al eerdere beschreef in: My state of grounds..., zou de regel van Dulong and Petit (de molaire specifieke warmte bij één atomige vaste stoffen is 3 x zo groot als de universele gasconstante) weleens een zeer duidelijke aanwijzing kunnen zijn omtrent de thermosferische uitsplitsing bij de 'inklinking' tot vaste stof.
Vanuit de thermosferische schets in: views on Compression heat :

.....is het namelijk niet ondenkbeeldig, dat de -hier inclinatie genoemde- afwijking van de thermosfeerbaan bij gecomprimeerd gas uiteindelijk zal leiden tot de uitsplitsing naar drie 3-dimensionele banen voor vaste stoffen met hun Dulong and Petit - constante, welke precies 3x zo groot is als de 'specifieke molaire' universele gasconstante.
Zie hieromtrent ook de vanaf 20-02-2005 in het supplement opgenomen Impressie van gasmoleculaire transformatie naar vaste stof.
Hoewel de vloeistof Kwik (zie grafiek) hier eveneens de voornoemde 'vaste stof constante' dicht benadert sluit het niet uit dat de zeer grote afwijkingen bij veel andere stoffen als bijvoorbeeld water en ijs, veroorzaakt worden door complexe thermosferische baanvariaties t.g.v. moleculaire cluster- of kristalvorming en -in véél mindere mate- de ook bij vaste stoffen aanwezige variaties bij thermosferische inclinaties.
Valentie- electronen met hun moleculaire bindingsbanen en/of 'overlap' lijken hier bij de thermosferische beschouwingen een sterke overeenkomst te hebben.

Samenvattend toont dit hier dus aan, dat een samenstel* van 'thermosferisch' solitaire vaste stof- atomen (geen chemische binding of kristalvorming dus) 'precies' 3x zoveel mol-warmte nodig heeft als gasatomen, om hun temperatuur één graad te verhogen; en dit aldus ook hier onafhankelijk van hun sterk variërende atoommassa's.

Met samenstel* wil ik -volgens de T.S.- benadrukken, dat alle volwaardige solitaire moleculen (onder atmosferische omstandigheden) in wezen alléén in de gasvormige fase kunnen bestaan en dat alleen nabije aangrenzende moleculen verantwoordelijk zijn voor eventuële aggregatietoestands- veranderingen naar vloeistof of vaste stof ten gevolge van de uitsplitsing van thermosferen. (zie ook hoofdstuk: Osmotic pressure and... i.v.m. de resterende warmteëffecten bij samenclusterende condensdeeltjes)

Ook aan de voorgaande schetsen van de enkelvoudige thermosferen bij een mogelijke gasmoleculaire structuur mag men absoluut géén exacte weergave van de werkelijkheid verwachten; met deze impressies probeer ik alleen de inclinatie en een mogelijke uitsplitsing van thermosferen uit te beelden.
Een m.i. belangrijke conclusie uit voorgaande schets is echter wél dat hier maximaal (bij gelijke afstand) 6 moleculen aan een ingesloten molecuul grenzen.
Dit laatste in tegenstelling met de opbouw van een moleculaire bolletjesstructuur, waar een ingesloten bolletje aan maximaal 12 bolletjes grenst; 2 x zoveel dus.

Deze voorgaande verdubbeling vindt men ook terug tussen de soortelijke warmte van oververhitte stoom bij 1 bar en 440oC, nl. 2,09 en
de soortelijke warmte van water bij 1 bar en 20oC, nl. 4,187 kJ/kg.oC
-...toeval...?-

Back to index