Back to index
Back to Osmotic pressure and...

Summing up's hypotheses

1/ De variërende warmteënergie bestaat uit E.M. straling welke in of tussen de moleculaire buitenschil electronen 'opgevangen' is; dit in tegenspraak met de algemene opvatting dat alle electronen een strikt bepaald gequantiseerd energie niveaux bezitten en dat het complete molecuul betrokken zou zijn bij kinetische warmteënergie.
Hoewel er bij onderliggende electronen- en kernsferen eveneens E.M. straling ingevangen is, hebben deze géén directe verbintenis met de Thermodynamische warmte.
Wèl kan er bij chemische reacties en de opwekking van kernenergie bijvoorbeeld, dieper ingevangen E.M. straling uitgewisseld worden met de (moleculaire) Thermosferische buitenschil.

2/ Temperatuur is een mechanisme of vibratie tussen 'aangrenzende' buitenbaans- electronensferen en speelt zich in de zogenoemde intermoleculaire- Thermosfeer af; intermoleculair moet zeer ruim beschouwd worden omdat er bij kristalvorming, faseverandering e.d. eveneens thermosferische baan- en thermopulswijzigingen ontstaan.
Bij temperatuurs verschil (a- synchronisatie) zal E.M. stralings overdracht -min of meer- tot temperatuursgelijkheid leiden; bij 'zuivere' confectie- overdracht wordt deze temperatuursgelijkheid het dichtst benaderd.
De oorzakelijke 'drive' hierbij zou een 'statisch' pulserend Coulomb- krachtenveld kunnen zijn, waarbij Lorentz- krachten tot synchronisatie leiden.
Zie, met betrekking tot warmteoverdracht door radiatie: 8/.

3/ De sprongsgewijze volume (= ruimteënergie) toename bij verdamping wordt (oorspronkelijk vanuit sublimatie) veroorzaakt door een thermosferische samenvoeging vanuit een 3- dimensionele thermosfeer bij een vaste stof structuur; hierbij nemen de thermovibraties toe, de temperatuur af en zal er -bij een nieuw temperatuursevenwicht- 'verdampings'warmte opgenomen of toegevoegd moeten worden.
Gelijktijdig neemt de specifieke molaire warmte af van 25 J.mol-1.0C-1 (de Dulong- en Petit constante) naar 8,314 J.mol-1.0C-1 (de Universele gasconstante); er is bij vaste gelijksoortige 'Dulong' materie dus universeel en ongeacht hun moleculaire massa 'precies' 3x zoveel warmte nodig om één mol(ecuul) 1 graad te verhogen t.o.v. een ideaal gasmolecuul.
-Deze, en overige (bijvoorbeeld chemische) variaties in thermosferische verschijningsvormen kunnen eventueel eveneens gekoppeld worden aan de Valentieband- en Electronenpaar- repulsietheorie-.

4/ Overal (zeker in een horizontaal vlak) heerst in een gas of gas-mengsel dezelfde druk.
Deze druk wordt hier intermoleculair hoofdzakelijk veroorzaakt door de afstotende èn thermosynchroniserende kracht tussen 'aangrenzende' buitenste electronenschillen; deze kracht heeft vermoedelijk een familieband met Coulomb kracht. (een electro- statisch verschijnsel dus)
Bij 'ideaal' gas kunnen de immer aanwezige aantrekkende Van der Waals- of intermoleculaire (kern)massaättractiekrachten verwaarloosd worden terwijl er bij vaste stoffen praktisch evenwicht bestaat tussen deze Van der Waalskracht en de afstotende thermosfeerkracht.
- Ook gasmoleculen worden hier (mèt hun intermoleculaire krachtenvelden) dus als statisch ruimtevullend beschouwd-

5/ Elk solitair compleet molecuul zal, eventuëel uiteenvallend, alléén in de gasvormige fase kunnen bestaan indien deze alléén omgrensd wordt door gasmoleculen.
- alleen de nabijheid van omgrenzende moleculen zullen bepalend zijn voor de moleculaire aggregatietoestand; deze fase aanpassing speelt zich ook af bij de opname van solitaire gasmoleculen in (en als) vloeistof(moleculen)-

6/ De verdamping van water in atmosferische lucht beneden de kooktemperatuur wordt veroorzaakt door de 'oplossing' van solitaire watermoleculen tussen omgrenzende luchtmoleculen.
Hierbij behouden de omgrenzende luchtmoleculen naar buiten toe hun atmosferische druk, doch ondergaan hierbij een volume toename welke het solitaire(!) omsloten watermolecuul hier als gas (zie 5/ ) onder een wellicht zelfs hogere interne (thermosferische) druk moet innemen.
-Indien deze verdamping (middels water-injectie, warmte toevoer en gelijkblijvende temperatuur) in een afgesloten ruimte optreedt, ontstaat er volgens Dalton -als 'ideaal' gas- wèl een drukverhoging ter grootte van de druk welke de watergasmoleculen alléén in de ruimte en bij dezelfde temperatuur uit zouden oefenen-

7/ De door Van 't Hoff zo karakteriserend gedefiniëerde osmotische (gas)druk bij bijvoorbeeld een zoutoplossing, is het gevolg van de creatie van -in de oplossingsruimte of membraanporiën binnengesloten- zoutgasmoleculen; dit zoutgas ontwikkelt zich (als zwak-chemische interactie) tussen omgrenzende lucht- of bijvoorbeeld zuurstof moleculen welke vermoedelijk als vloeibare moleculen door het membraan zijn binnengetrokken.
- De beide voornoemde en interactief vergassende molecuulsoorten ontstonden dus ten gevolge van water als katalysator, waar beiden onafhankelijk van elkaar in opgelost waren. Dit vergassen is bij het oplossen van zout in belucht water duidelijk te observeren in het beschreven proefje in hoofdstuk: Osmotic pressure and... met het verzoek/ deelname aan een osmotisch experiment met zorgvuldig ontlucht water.-
Ik heb overigens bij een ander onderzoek lucht- moleculaire membraanpassage geconstateerd als men een membraan aan de buitenkant met water bestuift.

8/ Twee -ten opzichte van elkaar- statische systemen, géén gelijke 'kleur' hebbende, zullen gescheiden door een stralings doorlatend vacuum altijd een verschillende temperatuur aannemen.
Samengebracht in een (beweeglijke) vloeistof of gas* zal dit statisch temperatuursverschil tot een -eventuëel tijdelijk- vermengende dynamische temperatuursgelijkheid leiden.
Hierbij zoekt het gebonden resulterend warmteënergieverschil middels kinetische energie zijn weg naar een andere potentiële positie waar deze gunstiger aansluit vanuit de 'drive' tot een homogene energieverdeling; zie ook /10.
*-Het is namelijk aannemelijk vanuit de slechte warmtegeleidings eigenschappen tussen vloeistof- of luchtmoleculen, dat de warmteoverdracht hier voornamelijk middels straling plaatsvindt-.

9/ Als vervolg hierop worden de geobserveerde Brownse bewegingen niet zo zeer veroorzaakt door moleculaire warmtebeweging maar door een instabiliteit ten gevolge van externe invloeden; 'zichtbaarheid' vanuit E.M. (licht-)bestraling is híerbij zo'n belangrijke oorzaak.

10/ De T.S. beschouwt het begrip Entropie (vanuit de parameters) alléén als een wiskundige beschrijving van een warmtehuishoudelijke toestandsvergelijking, welke het gevolg is van thermosferische veranderingen.
Bij bijvoorbeeld het 'oplossen' van colloïdale Brownse deeltjes, mag men hier echter eveneens tijdelijk de ontwikkeling van kinetische energie bij betrekken, welke hier ook mede tot Entropietoename zal leiden.
-Een andere kinetische betrokkenheid is de goed meetbare warmteontwikkeling bij wrijving (zie /14), welke hier als Entropieafname beschouwd kan worden-

Als het echter gaat om de oorspronkelijke 'drive' tot spontane toestandsveranderingen, beschouwt de T.S. de aan Entropietoename gekoppelde wanorde of chaos niet als oorzaak, maar als gevolg van:
De natuurlijke drang tot een homogene energie- verdeling; de omgeving èn omstandigheden bepalen hierbij welke energievorm hiervoor in aanmerking komt.
Bij het samenbrengen van verschillende gassoorten leidt deze ongelijke moleculair- gebonden volumeënergie, tijdelijk via vermengende kinetische energie, tot een -min of meer stabiel- energetisch- homogener hèrevenwicht op een ander potentiëel- gelijkwaardiger niveau.
Massa attractie- of zwaartekracht bijvoorbeeld, bepalen in sterke mate de grens waarbij er (bij gasmengsels) nooit helemaal een ruimtelijk- homogene gasmoleculaire vermenging kan optreden.
Diverse externe invloeden als bijvoorbeeld luchtbeweging, lichtinval en temperatuursveranderingen kunnen het labiele hèrevenwicht echter (tijdelijk en/of plaatselijk) snel verstoren wat mijns insziens de Brownse beweging aantoont.

11/ Voor zover men een absoluut 0- punt op een temperatuursschaal wil definiëren, moet dit, met diepe respect voor Professor Stephen Hawking gezocht worden vanuit het ontstaans- moment in een 'zwart gat'.

12/ Elektrische stroom wordt traditioneel als electronen- transport tussen aangrenzende buitenbaans electronen beschouwd.
O.a. vanuit de hoogst opmerkelijke relatie tussen tussen electrische- en warmteweerstand, kan elektrische stroom eveneens als E.M. stralings- of (intern) warmtetransport beschouwd worden.
-Als verlengstuk hiervan is het eveneens aannemelijk, dat de interne warmteweerstand wegvalt bij supergeleiding.-

In: views on electricity heat and...hiertoe een verzoek/ deelname aan een hierin beschreven supergeleidings experiment, waarbij eventuëel een warmteverschil direct in elektriciteit omgezet kan worden.

-Dat temperatuursverschil géén indicatie hoeft te zijn tot een elektrisch potentiaalverschil, moet hier verklaard worden t.g.v. de -muterend- expanderende thermosferische vibraties; de mogelijke variaties bij interne kristallijne elektromagnetische 'temperatuur' (EMK) hebben bij 'normale' geleiders blijkbaar weinig of geen invloed op de uittredende thermodynamische temperatuur.-

13/ De paradoxale immer gelijk bemeten Universele 'lichtsnelheid', moet mèt zijn Doppler shift verklaard worden vanuit de creatie hiervan in het meetstation; hier wordt middels een relaxatie- mutatie het aantal fotonen/ tijdseenheid opgevangen en hèr- uitgezonden.
-Hier wordt het oorspronkelijke kosmische snelheidsverschil -energetisch- gecompenseerd met een stralingsintensiteits verschil-

14/ Bij de ontwikkeling van warmte t.g.v. wrijving spelen zich gelijksoortige stralingsintensiteits effecten af bij alle ingevangen- en (*Newton'se) massa bepalende- E.M. straling.
Omdat alle ingesloten electronen- en kernsferen hier hun strikte (statische) energielimiet hebben, wordt het volledige kinetisch energieverschil als warmtetoename naar de buitenste electronensfeer verplaatst.

15/ Hoewel de T.S. het traditionele begrip 'electronen' als materie- of 'hechtkernen' bleef betrekken bij warmte en temperatuur, mag men niet uitsluiten dat alle (electro-) chemische èn fysische eigenschappen waaronder de (*Newton'se) massa, bestuurd zoniet bepaald worden door ingevangen E.M. straling.
-Dit ook geïnspireerd vanuit Einstein's E=(1/2)m.c2-

* Met (Newton'se) massa bedoel ik dié eigenschap van materie of deeltjes, welke zich volgens de klassieke Newton'se wetten laat 'vangen'(!) in zijn relatie met krachten en/ of snelheids veranderingen.

Volgens huidige visie -oorspronkelijk van prof. De Broglie- worden electronen overigens wiskundig gekoppeld aan een golffunctie (Schrödinger) vanuit de quantmmechanica; men is daarbij afgestapt van de klassieke beschouwing van electronen als individuële 'objecten'.

Back to Osmotic pressure and...
Back to index